Verbreding N50 Kampen-Kampen Zuid start eerder

Gepubliceerd op 8 december 2017

De gezamenlijke inzet van de Oost-Nederlandse en Flevolandse ondernemers en overheden om knelpunten op de Rijksinfrastructuur aan te pakken, is positief ontvangen in Den Haag. De verbreding van de N50 Kampen-Kampen Zuid is daarom terug op de agenda van het Rijk. Het ministerie en de provincie Overijssel zijn overeengekomen om de studie naar de verbreding van de N50 eerder uit te voeren en begin 2019 te starten. Daarnaast is afgesproken om gezamenlijk de verkeersveiligheid en de daarbij passende maatregelen op de N50 tussen Hattemerbroek-Ramspol in beeld te brengen. Dat blijkt uit het gesprek dat gedeputeerde Boerman heeft gevoerd met minister Cora van Nieuwenhuizen-Wijbenga en staatssecretaris Stientje van Veldhoven-Van der Meer over de invulling van het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (MIRT).

Gedeputeerde Boerman: “Door als overheden en ondernemers gezamenlijk op te trekken richting Rijk hebben we de minister en staatssecretaris kunnen bewegen toch prioriteit te geven aan de knelpunten in Oost-Nederland. Dit is weer een mooie stap voorwaarts voor de bereikbaarheid en economische ontwikkeling van deze regio.”

Slimme en duurzame maatregelen

Naast de aanpak van de N50 gaan het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat samen met de regio in 2018 een onderzoek naar de A28 Hoevelaken-Zwolle starten. Hierin worden de knelpunten en de oorzaken daarvan voor de korte en lange termijn in beeld gebracht. Op die manier is tijdig ingrijpen bij capaciteitsproblemen mogelijk.

Daarnaast investeren het Rijk en de regio samen in de opzet van nieuwe maatregelen op het gebied van slimme en duurzame mobiliteit. Voor de eerste helft van 2018 krijgen de regio’s Twente en Zwolle-Kampen elk een rijksbijdrage van 1 miljoen euro en Stedendriehoek 850.000,--. De regio’s zetten daar een zelfde bedrag aan cofinanciering tegenover. Met de inzet op slimme en duurzame mobiliteit geven het Rijk en de provincie een vervolg op het Beter Benutten programma dat in 2017 is afgerond.

N35 knooppunt Raalte

Ook is de rijksbijdrage van 12,5 miljoen euro voor de aanleg van een ongelijkvloerse kruising bij knooppunt Raalte definitief vastgelegd door de minister. Hiermee kan de planstudie in 2018 starten. De aanpak van knooppunt Raalte is onderdeel van de totale verbetering van de rijksweg N35 Zwolle-Almelo. De regionale ambitie van de provincie Overijssel en de betrokken gemeenten is om de N35 om te bouwen tot een autoweg met 2x2 rijstroken, ongelijkvloerse kruisingen en een maximum snelheid van 100 km/uur. Deze verbeteringen worden in overleg met het Rijk in gedeelten uitgevoerd.

Treinverbindingen

De door de regionale partners uitgevoerde verkenningen naar de verbetering van de frequenties en snelheid op de internationale spoorverbindingen (onder andere Amsterdam-Berlijn) en de IJssellijn (Zwolle-Roosendaal) neemt de minister mee in de netwerkanalyse die het Rijk doet naar het toekomstbeeld van het openbaar vervoer. Bij de lijn Apeldoorn – Enschede kijken Rijk en de regio naar de mogelijkheden om beter aan te sluiten bij de vraag van de reizigers door de inzet van meer sprinterdiensten. Daarnaast heeft gedeputeerde Boerman, naar aanleiding van de problemen rond het spoor tussen Zwolle en Kampen, de staatssecretaris gevraagd om actie te ondernemen voor een snelle oplossing. Staatssecretaris Stientje van Veldhoven-Van der Meer was goed op de hoogte en heeft aangegeven dit met spoed op te pakken.

Klimaatadaptatie

Klimaatverandering raakt alle aspecten van onze samenleving en daarmee iedereen. Daarom heeft het ministerie in 2016 de nationale Klimaat Adaptatie Strategie (NAS) opgesteld. In deze NAS worden provincies opgeroepen om ook een regionaal adaptatieplan op te stellen. Overijssel geeft als één van de eerste provincies gehoor aan deze oproep. Gedeputeerde Boerman heeft het eerste exemplaar van het provinciale adaptatieplan aan de minister en staatssecretaris overhandigd. Tal van Overijsselse partijen, zoals gemeenten, waterschappen, agrariërs, natuurorganisaties, projectontwikkelaars, werken hierin gezamenlijk aan een betere bescherming tegen overstromingen en aan het voorkomen van schade door droogte.